Hoe leg je een poel aan?

Zelf een poel aanleggen? Het kan. Maar niet om het even waar en hoe. We geven je alvast wat tips. Voor meer informatie, download de gratis brochure 'Poelen, parels in het landschap' of neem contact op met een medewerker.



Delen

Poelen in het landschap zijn niet meer uit onze omgeving weg te denken. Vroeger was een poel vooral functioneel: ze werd gegraven als drinkwaterput voor vee, als watervoorraad voor de beregening van gewassen of als blusvijver. Door de opkomst van onder andere leidingwater, ondergrondse regenwaterputten... zijn poelen die functies kwijtgeraakt.

Maar een poel is veel meer dan dat. Heel wat planten en dieren (gele lis, kikkers, salamanders, libellen…) zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van zoet water. Bovendien is zo’n poel de ideale tussenstop voor doorreizende bezoekers en dus een onmisbaar en essentieel landschapselement die als stapsteen voor verbinding in het landschap zorgt.

Poelen in je tuin of weide zijn voor de biodiversiteit heel belangrijker. Of het nu gaat om een nieuwe poel in je tuin of het herstel van een oude poel op een vochtige, lage plaats in je weideperceel. 

 

© RLHP

Collega Leen tipt

Als Leen op terrein gaat, houdt ze voor een poel rekening met de situering in het landschap en het ontwerp. Een poel leg je immers niet zomaar om het even waar en hoe aan.

1. Locatie in het landschap

“We zoeken altijd naar een plaats met garantie op voldoende en proper water. Een poel mag droogvallen maar niet te vroeg op het jaar want anders kunnen kikkers en salamanders zich niet met succes voortplanten. Grond- en regenwater zijn ideaal, maar water uit grachten, sloten of afstromend water van nabijgelegen akkers of wegen willen we niet. Meststoffen, pesticiden, strooizout… maken de kwaliteit van het water onbetrouwbaar.

Ook de lichtinval op het water is belangrijk. Kikkers, padden of watersalamanders houden van door de zon opgewarmd water dus daarom letten we er op dat er weinig tot geen struiken of bomen langs de zuidelijke rand van de poel staan.

Maar struiken of bomen, hagen, takenhopen, andere waterelementen… in de buurt zijn wel belangrijk. Want hoewel amfibieën water nodig hebben om zich voort te planten, leven ze de rest van het jaar eigenlijk gewoon op het land. Dus moet de omgeving in de buurt van het water voldoende veilig en bij voorkeur wat vochtig zijn.“  

2. Ontwerp

“Een grote poel is ideaal omdat ze minder snel dichtslibt maar te groot is niet goed want het is vooral de oeverzone in een poel die waardevol is voor veel planten en dieren. Er groeien heel wat (drijvende) waterplanten die dekking bieden tegen roofdieren of waar eitjes op afgezet kunnen worden. Het water warmt sneller op in de oeverzones en daar profiteren koudbloedige amfibieën van. Is er ruimte voor een grote poel, zorg dan voor een grillige oeverzone. Zo vergroot je de oppervlak aan oever.

Zacht hellende, schuine oevers aan de noordelijke en westelijke kant van de poel zijn belangrijke in- en uitstapplaatsen voor amfibieën en zoogdieren die komen drinken. Zuid- en oostelijke oevers mogen dan wel wat steiler zijn want dat zorgt voor variatie en extra leven.

En we variëren ook met verschillende dieptes. Een dieper deel (anderhalve tot twee meter) zorgt voor een groter watervolume en verkleint de kans op te hoge temperaturen of uitdroging.” 

 

Zelf aan de slag 

Heb je poelplannnen? Leen helpt je graag. 

Leen Herrewyn

leen.herrewyn@rlhp.be


Meer lezen?

Onze collega's van het Regionaal Landschap Dijleland, Noord-Hageland, Zuid-Hageland, Brabantse Kouters en Pajottenland & Zennevallei maakten een interessante brochure met heel veel tips, achtergrondinformatie en voorbeelden.