Waar moet je kijken om ze te vinden?
"Korstmossen vind je altijd en overal. Zie je een groene, grijze of gele vlek op de stoeptegel of boom, dan is de kans zeer groot dat je een korstmos ziet. Zelfs op metaal en plastiek kan je ze aantreffen. Ze hebben geen wortels zoals planten, maar kunnen zich aan vrijwel elk substraat vasthechten met specifieke vasthechtingsstructuren (rhizinen genaamd) of door zich te verweven met het oppervlak (bij schors en gesteentes).
Korstmossen komen in alle vormen en kleuren voor. De meeste zijn onopvallend, klein (enkele millimeters) en groeien heel traag, anderen zijn fel gekleurd, kunnen vrij groot worden en/of groeien relatief snel. Sommige soorten zijn dus makkelijker op te merken dan andere. Grote korstmossen die bladvormige lobben hebben (zoals grauw rijpmos, zie foto boven) springen bijvoorbeeld sneller in het oog dan korstmossen die als korsten op het oppervlak liggen (zoals kleine citroenkorst, zie foto onder)."
Wat vertellen korstmossen ons over onze omgeving of ons klimaat?
"Korstmossen hebben geen wortels. Ze zijn dus grotendeels afhankelijk van het vocht en de voedingsstoffen in de lucht om te overleven. Wanneer de lucht vervuild is, zullen veel korstmossen niet kunnen overleven. Enkel een kleine groep soorten is aangepast om te overleven in vervuilde lucht. In de academische wereld spreken we over 'bio-indicatoren': soorten die ons kunnen vertellen hoe het gesteld is met de omgeving. Het beste voorbeeld hiervan vond plaats in de tijden van de zure regen. Toen waren in Nederland en Vlaanderen bijna alle korstmossen die op bomen leven, verdreven naar de minst vervuilde locaties. Op de bomen groeide enkel nog het zwavelvretertje, die z’n naam niet gestolen heeft. Nadat de problematiek van de zure regen opgelost was, kwam de stikstofproblematiek in opmars. Nu zien we dat de korstmossen die houden van stikstof zich grotendeels hersteld hebben, maar degene die hier niet tegen kunnen, blijven beperkt tot de onvervuilde locaties. Het resultaat kan je met het blote oog zien: hoe meer gele korstmossen, hoe meer stikstof in de lucht. Rij je binnenkort op de autosnelweg? Let eens op de kleur van de bomen, ze zullen vaak een gele schijn hebben door de korstmosgroei."
Waarom is de stad (g)een goede plek?
"De stad is een zeer goeie plaats om korstmossen te leren kennen. We zien zelf dat de biodiversiteit in steden vaak hoger ligt dan op het platteland. Dit is ook het geval bij bijvoorbeeld planten. Doordat steden zo divers zijn in hun opbouw (parken, stenige straten, soms water…) en hun aanbod aan verschillende type oppervlakten (diverse bouwmaterialen, boomsoorten…), kunnen veel verschillende soorten er wel een plaatsje vinden. Maar steden hebben vaak een slechte luchtkwaliteit en een warmer stadsklimaat, dus vinden we er voornamelijk algemene soorten die goed met deze omstandigheden kunnen omgaan. Voor de zeer zeldzame soorten blijven natuurgebieden onmisbaar. Door de klimaatopwarming kunnen soorten die vanuit het zuiden aankomen zich makkelijk vestigen in steden, vanwaar ze zich verder verspreiden. In de steden kan je dus wel degelijk verrassende vondsten doen."