Korstmossen

Tijdens de winter lijkt het meeste leven te slapen: nauwelijks insecten of bloeiende planten, geen blaadjes aan de bomen... Als je de natuur in wilt trekken, valt daar weinig te spotten. Maar in de stad is er wel heel wat. Korstmossen bijvoorbeeld.



Delen

De winter is het ideale seizoen om je in de korstmossen te verdiepen. En dat deden wij ook. We gingen in  gesprek met bioloog Tim Claerhout, geboren en getogen in Brugge maar momenteel werkzaam in de plantentuin ‘Hortus botanicus Leiden’ en in Naturalis (het museum voor biodiversiteit) in Nederland.

Dag Tim, wat is jouw relatie met korstmossen?

"Korstmossen onderzoeken begon voor mij als een hobby toen ik net was afgestudeerd als bioloog aan de Universiteit van Gent, maar nu doe ik het dus ook professioneel. Ik doe mijn doctoraat op stadbiodiversiteit, met focus op mossen en korstmossen en wat ze ons kunnen vertellen over het stadsklimaat."

Wat is een korstmos precies?

"Een korstmos is geen typisch organisme zoals we gewoon zijn in de biologie. In principe zijn het minimum twee soorten die verwikkeld zijn in een samenlevingsverband, een symbiose. In z’n eenvoudigste vorm is een korstmos een schimmel waar binnenin een laag van algen zit. De schimmel vormt als het ware het beschermende huis voor de alg, terwijl de alg suikers produceert met behulp van fotosynthese. Als je een korstmos ziet, dan is ongeveer 90% schimmel en 10% alg. Het is belangrijk om te onthouden dat korstmossen geen mossen zijn, ondanks de verwarrende naam. Mossen zijn kleine plantjes, maar korstmossen zijn dus een symbiose tussen een schimmel en een alg. Om deze verwarring tegen te gaan, noemen we een korstmos vaak ook een licheen."

© Marc Willems

Boven: grauw rijpmos kan vrij groot worden op bomen. 

Onder: Kleine citroenkorst is een kleine kortsmos op steen

Waar moet je kijken om ze te vinden?

"Korstmossen vind  je altijd en overal. Zie je een groene, grijze of gele vlek op de stoeptegel of boom, dan is de kans zeer groot dat je een korstmos ziet. Zelfs op metaal en plastiek kan je ze aantreffen. Ze hebben geen wortels zoals planten, maar kunnen zich aan vrijwel elk substraat vasthechten met specifieke vasthechtingsstructuren (rhizinen genaamd) of door zich te verweven met het oppervlak (bij schors en gesteentes).

Korstmossen komen in alle vormen en kleuren voor. De meeste zijn onopvallend, klein (enkele millimeters) en groeien heel traag, anderen zijn fel gekleurd, kunnen vrij groot worden en/of groeien relatief snel. Sommige soorten zijn dus makkelijker op te merken dan andere. Grote korstmossen die bladvormige lobben hebben (zoals grauw rijpmos, zie foto boven) springen bijvoorbeeld sneller in het oog dan korstmossen die als korsten op het oppervlak liggen (zoals kleine citroenkorst, zie foto onder)."

Wat vertellen korstmossen ons over onze omgeving of ons klimaat?

"Korstmossen hebben geen wortels. Ze zijn dus grotendeels afhankelijk van het vocht en de voedingsstoffen in de lucht om te overleven. Wanneer de lucht vervuild is, zullen veel korstmossen niet kunnen overleven. Enkel een kleine groep soorten is aangepast om te overleven in vervuilde lucht. In de academische wereld spreken we over 'bio-indicatoren': soorten die ons kunnen vertellen hoe het gesteld is met de omgeving. Het beste voorbeeld hiervan vond plaats in de tijden van de zure regen. Toen waren in Nederland en Vlaanderen bijna alle korstmossen die op bomen leven, verdreven naar de minst vervuilde locaties. Op de bomen groeide enkel nog het zwavelvretertje, die z’n naam niet gestolen heeft. Nadat de problematiek van de zure regen opgelost was, kwam de stikstofproblematiek in opmars. Nu zien we dat de korstmossen die houden van stikstof zich grotendeels hersteld hebben, maar degene die hier niet tegen kunnen, blijven beperkt tot de onvervuilde locaties. Het resultaat kan je met het blote oog zien: hoe meer gele korstmossen, hoe meer stikstof in de lucht. Rij je binnenkort op de autosnelweg? Let eens op de kleur van de bomen, ze zullen vaak een gele schijn hebben door de korstmosgroei."

Waarom is de stad (g)een goede plek?

"De stad is een zeer goeie plaats om korstmossen te leren kennen. We zien zelf dat de biodiversiteit in steden vaak hoger ligt dan op het platteland. Dit is ook het geval bij bijvoorbeeld planten. Doordat steden zo divers zijn in hun opbouw (parken, stenige straten, soms water…) en hun aanbod aan verschillende type oppervlakten (diverse bouwmaterialen, boomsoorten…), kunnen veel verschillende soorten er wel een plaatsje vinden. Maar steden hebben vaak een slechte luchtkwaliteit en een warmer stadsklimaat, dus vinden we er voornamelijk algemene soorten die goed met deze omstandigheden kunnen omgaan. Voor de zeer zeldzame soorten blijven natuurgebieden onmisbaar. Door de klimaatopwarming kunnen soorten die vanuit het zuiden aankomen zich makkelijk vestigen in steden, vanwaar ze zich verder verspreiden. In de steden kan je dus wel degelijk verrassende vondsten doen."

Welke soorten kan je gemakkelijk vinden in de stad?

"Er zijn drie soorten die je zeer gemakkelijk vindt in steden: het groot dooiermos en het kapjesvingermos op bomen en de muurschotelkorst op stenen. Groot dooiermos is vaak een groot, geel korstmos met bladvormige lobben. Het is één van de meest algemene korstmossen in België en is sterk gelinkt met de hoeveelheid stikstof in de lucht, net als het kapjesvingermos. Dit is een grijs korstmos met fijne lobben die slechts enkele millimeters breed zijn, maar vaak grote vlakken op bomen kunnen bedekken. Muurschotelkorst is een groen korstmos die op horizontale oppervlaktes zoals straattegels en muren groeit."

Zijn er projecten of initiatieven waar we iets over moeten weten? 

"Wie zelf eens een mini-onderzoek wil doen om te zien hoe korstmossen te linken zijn met het milieu, verwijs ik graag naar mijn burgerwetenschapsproject “Korstmossen en Stadsklimaat”. Als je in de stad woont, ontdek je hoeveel warmer het is in je eigen straat vergeleken met het platteland door te kijken naar de korstmossen op de bomen. Alle uitleg kan je vinden op https://www.verspreidingsatlas.nl/projecten/blwg/stadskorstmossen/.

Korstmossen zijn ook enorm belangrijk als schuilplaats en als voeding voor veel insecten, misschien komt deze interactie wel ter sprake tijdens de vertelavond “Insecteressant” op 22 januari. Korstmossen vormen een belangrijk onderdeel van de stedelijke biodiversiteit, de natuur in de stad. Een groenere stad is ook voordelig voor korstmossen.

 

© Groot dooiermos (geel) en kapjesvingermos (grijs) algemeen op straatbomen

Als je je wil verdiepen in de wereld van korstmossen kan je eens een kijkje nemen op de pagina van de Nederlandse werkgroep voor mossen en korstmossen (https://www.blwg.nl/). Wie in Vlaanderen graag eens mee op excursie gaat, kan de agenda raadplegen van de Vlaamse werkgroep bryologie en lichenologie (WBL; https://www.mossenkorstmossen.be/)."