1. Verlichtingsbeleid dat met biodiversiteit rekening houdt, is maatwerk
Ralf Gyselings van het INBO beet op het symposium de spits af met een opfrissing van de lichtstudie uit 2023.
Over het algemeen geld dit stappenplan als uitgangsbasis.
- vermijd verlichting waar mogelijk
- verlicht alleen een deel van de nacht
- beperk de intensiteit van het licht en vermijd strooilicht zoveel mogelijk
- gebruik een aangepast kleurenspectrum
De effectiviteit van de stappen is soort- en contextafhankelijk. Over het algemeen blijkt: hoe feller de nachtelijke verlichting, hoe groter het negatieve effect. Maar de drempelwaarde kan soms zeer laag liggen.
Bekijk hier de presentatie van Ralf Gyselings – INBO
2. Maak onderscheid tussen verlichting binnen en buiten de bebouwde kom
De duisternisbehoeftekaart is de tool bij uitstek om per gebied verlichting te overwegen. René Meeuwis van Agentschap Natuur & Bos.
Meeuwis gaf een blik onder de motorkap van de duisternisbehoeftekaart, maar ook hoe je die moet interpreteren: dim of doof zelfs als het kan binnen de bebouwde kom, streef naar maximaal natuurlijk ritme buiten de bebouwde kom.
Begin 2026 publiceert Departement Omgeving een inspiratiegids voor nachtelijke buitenverlichting voor openbare besturen.
Bekijk hier de presentatie van René Meeuwis – Agentschap Natuur en Bos

3. Openbare besturen vernoemen kosten- en energiebesparing als voornaamste overweging om verlichting aan te passen
Departement Omgeving verwerkt op dit moment de resultaten van een bevraging bij lokale besturen en andere stakeholders over nachtelijke buitenverlichting, maar lichtte op het symposium toch al een tipje van de sluier.
De voornaamste motivatie om de buitenverlichting ’s nachts uit te schakelen of te dimmen blijkt de kosten- en energiebesparing te zijn, al vermeldt de helft van de respondenten ook de biodiversiteit als overweging.
De presentatie van Tanya Cerulus van Departement Omgeving is niet publiek beschikbaar.
Op 9/12 maakt Departement Omgeving via een Webinar de resultaten van de bevraging bekend.

4. Nacht en duisternis heeft charme bij het publiek
Bij vzw Leve(n)de Nacht leggen ze niet alleen de vinger op de wonde, maar leren ze mensen ook de nacht te omarmen.
Tijdens de donkere maanden promoot de organisatie allerlei activiteiten die de gezelligheid van een niet kunstmatig verlichte nacht in de verf te zetten: sterrenkijken, fakkeltochten, kaarslichtdiners, noem maar op. Het hoogtepunt is de Nacht van de Duisternis, dit jaar op zaterdag 11 oktober.
Bekijk hier de presentatie van Claude Cottyn – Leve(n)de Nacht vzw

5. Iedereen heeft recht op een sterrenhemel
Fleur De Nil van Leve(n)de Nacht vzw stipt tot slot nog aan dat er ook een astronomische behoefte is aan duisternis. Daarom zet ze haar schouders onder de opmaak van een astronomische behoeftekaart.
“Wereldwijd zien we jaarlijks 2 procent minder sterren, in Vlaanderen ligt dat getal nog hoger. Een astronomische duisternisbehoeftekaart sensibiliseert overheden om geen verlichting bij te plaatsen waar de sterrenhemel nu nog het best zichtbaar is.”
Bekijk hier de slides van Fleur De Nil - Leve(n)de Nacht vzw