Drevenwandeling in Beverhoutsveld

Verken een landschap met karaktervolle dreven waar natuur, erfgoed en geschiedenis samenkomen. Dreven met hoog opgroeiende populieren, eiken of beuken doorkruisen velden, akkers en historische sites als groene corridors. Onderweg staan we stil bij de vele functies die dreven doorheen de tijd vervuld hebben: ontginningspaden, verbindingswegen tussen hoeves en molens, klompen- en houtindustrie en op vandaag als windbrekers. Deze wandeling laat je niet alleen de schoonheid van bomenrijen beleven maar ook het verhaal waardoor dit landschap gevormd werd.

Download route

Beekstraat 111, Oedelem (Beernem)

Startplaats

10km

Afstand
Delen

Drevenwandeling in Beverhoutsveld

Op de grens van Beernem en Oostkamp wandel je in het Beverhoutsveld door een historisch landschap. Via typerende wandeldreven doorkruis je weidse velden en akkers en geniet je van mooie uitzichten met nauwelijks bebouwing. Volgens de legende schonk Isabella, de Vrouwe van Beveren, in de 13de eeuw 483 hectare van haar gronden in het Beverhoutsveld aan de plaatselijke boeren, de aanborgers. Door massale houtkap en overbegrazing geraakten de zandgronden uitgeput. Er ontstonden uitgestrekte, woeste heidegronden, de zogenaamde wastines of velden, vandaar de naam Beverhoutsveld. Ook Vloethemveld, Kampveld, Bulskampveld, Ryckevelde, Veldegem… danken hun naam aan een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis.

Door de bevolkingsgroei en de daarmee gepaard gaande nood aan meer voedsel, werden deze velden in de loop van de 18de eeuw ontgonnen. De wegen die werden gebruikt om het gebied te ontginnen, in combinatie met de beplantingen langs de dreven door het provinciebestuur in 1863, resulteren op vandaag in een dambordpatroon van dreven.

Sinds de privatiseringsbeweging in de 19de eeuw zijn deze 483 hectare gronden gemeentelijke eigendom al worden ze nog steeds toegewezen aan lokale gebruikers.

Maak kennis met dit historische landschap via de drevenwandeling, een wandeling van 10 kilometer tussen de dreven van het Beverhoutsveld.

>> Download de kaart
© RLHP

Wandelroute

  • Start aan de parking ter hoogte van de Beekstraat 111 Oedelem (Beernem). Van daar kom je onmiddellijk in het drevenlandschap terecht via de molendreef op je linkerkant. Je blijft de zeshoekige bordjes volgen van de Beverhoutsveldwandelroute.
  • In de Torredreef verlaat je de Beverhoutsveldwandelroute en sla je rechtsaf.
  • Op het eind van de dreef ga je opnieuw naar rechts (wandel in de richting van knooppunt 85) op de Kasteelhoek. Je passeert de Gevaertsdreef en de Rokersdreef op je rechterkant.
  • Iets verderop kom je aan je linkerkant een oude hoeve tegen. Je  slaat het pad in tegenover de hoeve op je rechterkant en volgt deze jonge dreef tot aan knooppunt 67.
  • Sla rechtsaf (Ravenbosstraat) tot je aan de Rokersdreef komt. 
  • Sla linksaf op de Rokersdreef.
  • Sla opnieuw linksaf in de Beekstraat

 

Bezienswaardigheden

Beverhoutskapel

Op een omheind hoekperceel bij de Veldkapellestraat bots je op de Beverhoutsveld devotiekapel. De exacte bouwdatum is niet gekend maar dateert vermoedelijk van voor 1830. De kapel is vrij toegankelijk. In 2002 nam het Regionaal Landschap Houtland & Polders de kapelsite onder handen. Aan de rechterkant van kapel staan twee lindebomen (kapelbomen). Het perceel is omheind met een gekruiste beukenhaag en een vogelbosje met streekeigen struiken maakt het plaatje compleet.

Talrijke kleine landschapselementen, fauna en flora

We wandelen verder richting Oude Heetdreef, Peendreef en Bootsdreef. Kort na de ontginning van de gronden werd om de 7 tot 10 meter een boom aangeplant. Doel was om kwalitatief hoogwaardig hout te produceren met lange rechte stammen en weinig zijtakken. Daarom vind je hier vooral boomsoorten zoals zomereik, beuk en populier. Het beheer bestond uit opsnoeien, tijdig kappen en heraanplanten van stukken dreef. Ook nu worden nog delen gekapt en heraangeplant, al speelt het economische rendement minder een rol.

Let ook op de talrijke kleine landschapselementen zoals de knotbomenrijen en geriefbosjes.

In de bermen staan heel wat relictsoorten zoals brem, valse salie en Sint-Janskruid. Deze planten herinneren aan het oorspronkelijke wastinelandschap. Om deze relictplanten te behouden, zet men in op doordacht maaibeheer.

Al deze elementen maken het gebied geschikt voor de gekraagde roodstaart. Dit zangvogeltje houdt van halfopen landschap met veel oude bomen met holtes en spechtgaten. De oude knotbomen vormen ideale broedplaatsen. Ook steenuiltjes en patrijzen vinden in het Beverhoutsveld een belangrijk leefgebied.

Gedenksteen van de Slag op het Beverhoutsveld

Even verderop passeer je een gedenksteen van de Slag op het Beverhoutsveld, die plaatsvond op 3 mei 1382. Lodewijk II gaf opdracht tot het graven van een kanaal richting Deinze om een waterverbinding tussen Brugge en de Leie te realiseren. Hierdoor dreigde Gent belangrijke stapelrechten (het recht om goederen die de stad passeerden eerst in Gent op te slaan en te koop aan te bieden) te verliezen. Toen de graafwerkers het Beverhoutsveld bereikten, vielen Gentse troepen, de zogenaamde witte kaproenen, hen aan. Omdat de Brugse troepen vlak na de Heilige Bloedprocessie nog dronken waren, verliep de confrontatie snel. Filips van Artevelde versloeg de Bruggelingen vrijwel zonder veel weerstand. Lodewijk van Male kon ternauwernood ontsnappen en vluchtte naar Rijsel. Enkele maanden later, op 27 november 1382, versloeg Lodewijk van Male met hulp van de Franse troepen de Gentenaren bij de Slag bij Westrozebeke. Filips van Artevelde overleed waardoor de economische macht naar Brugge verschoof. De stad groeide uit tot één van de belangrijkste handelsplaatsen van Noordwest-Europa. De werken voor het kanaal werden uiteindelijk herstart in 1613 en in 1621 kwam een definitieve verbinding tussen de twee steden tot stand.

Op de akkers van het Beverhoutsveld zijn verschillende (archeologische) vondsten gedaan die verband kunnen houden met de veldslag, zoals zwaarden, speren en kanonskogels. Het zou één van de eerste veldslagen in Europa zijn geweest waarbij buskruit met succes werd toegepast.

© RLHP
De Lange Dreef

Je vervolgt de weg richting de Langedreef, één van de centrale ontginningsassen in het gebied die van noord naar zuid loopt. Met z’n ruim 2 kilometer is het de langste dreef van het gebied. Dreven zijn op vandaag functioneel als windbrekers. Harde windvlagen in open landbouwgebieden kunnen jonge aanplanten beschadigen of uitdroging en/of erosie van de bodem veroorzaken. Dreven kunnen de wind temperen en beperken zo schade aan oogsten.

Oude hoeve met houtig erfgoed

In de Torredreef verlaat je de Beverhoutsveldwandelroute en sla je rechtsaf. Op het eind van de dreef ga je opnieuw naar rechts (wandel in de richting van knooppunt 85) op de Kasteelhoek. Je passeert de Gevaertsdreef en de Rokersdreef op je rechterkant. Iets verderop kom je aan je linkerkant een oude hoeve tegen. De hoeve wordt al op de Ferrariskaarten (1170-1778) vermeld maar het huidige, vrijstaande woonhuis en de twee landgebouwen ten westen daarvan zijn pas in 1862 gebouwd.

Een veekeringshaag in organische vorm geschoren, sluit de huisweide aan de westelijke perceelsrand af. Deze meidoornhaag sluit aan bij de hulsthaag die het erf van de hoeve omringt. De haag bestaat voornamelijk uit hulst maar heeft een natuurlijke bijmenging van meidoorn.

Rokersdreef met Marilandicapopulieren

Recht tegenover de hoeve verlaten we de Kasteelhoek naar rechts. Je komt in een vrij recente dreef terecht die je blijft volgen tot aan knooppunt 67. Daar sla je af naar rechts (Ravenbosstraat) tot je aan de Rokersdreef komt. De Rokersdreef verbindt van zuid naar noord een oude hoeve, mogelijk een voormalige ontginningshoeve, met de ‘Chemin d’Oostcamp’, een weg die in de 18de eeuw de centrale oost-westroute dwars door de heide vormde. Als je naar rechts kijkt, zie je dat de dreef aan weerzijden beplant is met een rij hoge Marilandicapopulieren, herkenbaar aan de bomen die met de windrichting meegroeien en daardoor schuin lijken te staan. De Marilandicapopulier is een kruising tussen de inheemse zwarte populier en de Canadese populier, ontstaan rond het begin van de 19de eeuw. Vermoedelijk is deze kruising in Maryland, VS ontstaan, wat de naam verklaart.

Deze populieren groeien wat trager maar hebben een betere houtkwaliteit dan de inheemse soorten en worden daarom vaak aangeplant op het platteland. Het hout werd vooral gebruikt voor constructies zoals schuren en boerenwoningen. Maar de belangrijkste reden voor de aanplant van Marilandicapopulieren was de klompenindustrie.

© RLHP_Marilandicapopulieren in de rokersdreef
Oranjemolen

We gaan echter linksaf en vervolgen onze weg. De aanplant is hier recenter en bestaat uit zomereik en populier. De dreef eindigt bij de weg naar Oedelem. Op onze linkerkant zien we een Veldmolen, ook wel Oranjemolen genoemd omdat de prins van Oranje, Frederik van Nassau, er met zijn leger verbleven zou hebben in 1631. De veldmolen stortte in 1919 in en werd in 1933 volledig afgebroken. Er werd een mechanische maalderij opgetrokken waarvan op vandaag enkel de nutsgebouwen bewaard gebleven zijn met een opvallend houten laadluik die de daklijn doorbreekt.